Ontwerpkeuzes in het voorlopig ontwerp bepalen ecologische impact en projectwaarde
“Groen moet je niet meer zien als decoratie. Het gebouwontwerp moet onderdeel worden van het lokale ecosysteem”, zegt Harold Coenders, Executive Director Consulting bij Colliers. Volgens het vastgoedadviesbureau kan natuurinclusief bouwen bijdragen aan de haalbaarheid van projecten in Nederland. Ontwikkel- en vergunningstrajecten blijven complex door stikstofruimte, netcongestie, waterproblematiek en lange procedures, maar natuurinclusieve ontwerpkeuzes kunnen helpen om trajecten te versnellen en risico’s te beperken.

Colliers verwacht dat natuurinclusief bouwen in 2026 verder doorbreekt. Niet alleen vanuit idealisme, maar ook doordat klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid steeds vaker als harde randvoorwaarden worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkeling.
Natuurinclusief bouwen betekent dat natuur niet langer als obstakel wordt gezien, maar als integraal onderdeel van ontwerp, uitvoering en beheer. Het gaat verder dan een groen dak of extra beplanting. Het uitgangspunt is dat gebouw en omgeving samen één systeem vormen, met aandacht voor wateropvang, biodiversiteit en leefkwaliteit. Colliers benadrukt dat natuurinclusief bouwen bovendien niet hetzelfde is als biobased bouwen: waar biobased vooral draait om materiaalkeuze, draait natuurinclusief bouwen om de relatie tussen gebouw, buitenruimte en omgeving.
Volgens Coenders ontstaat de grootste winst wanneer natuurinclusieve principes vanaf de eerste ontwerpstappen worden meegenomen. “Beslissingen over gebouwvolume, dakvormen, gevelopeningen, materiaalkeuze en de inrichting van de buitenruimte bepalen in grote mate de ecologische impact. Deze keuzes zijn alleen nog in het voorlopig ontwerp stuurbaar.”
Ook waterbeheer vraagt om integratie vanaf het begin. De waterlogica (van dak naar maaiveld) laat zich later moeilijk inpassen zonder concessies aan ontwerp of kosten. De routing naar groenvoorzieningen, wadi’s of retentiedaken moet in de conceptfase al kloppen.

Coenders wijst erop dat natuurinclusiviteit niet moet blijven steken in losse maatregelen. “Maak het gebouwontwerp onderdeel van het lokale groene ecosysteem en de omgeving. Dat betekent het behouden en versterken van de verbinding met bestaande natuur, zoals bomen, waterstromen en biodiversiteit.”
Colliers koppelt natuurinclusief bouwen nadrukkelijk aan waardevorming en haalbaarheid. De organisatie verwijst onder meer naar inzichten van RVO en marktpartijen die aangeven dat een groene omgeving de aantrekkelijkheid van vastgoed vergroot, onder meer door effecten op luchtkwaliteit, hittestress en het microklimaat.
“De belangrijkste waarde wordt gecreëerd doordat de ontwikkeling überhaupt kan doorgaan”, zegt Coenders. “Door natuurinclusief bouwen zijn de stikstofwaarden mogelijk haalbaar. Daarnaast ontstaat extra waarde door de betere verhuurbaarheid.” Weet voor wie je ontwerpt en welke waardedrijver het belangrijkst is voor de opdrachtgever.”
Een voorbeeld is distributiecentrum Virgo in Aalsmeer van Heembouw Architecten in samenwerking met Stellar Development en Rebel Group als duurzaam adviseur, waar biodiversiteit werd versterkt met een intensieve daktuin met bomen en beplanting, ontwikkeld in samenwerking met ecologen en landschapsarchitecten.
Voor architecten betekent dit vooral dat natuurinclusiviteit niet als toevoeging aan het eind kan worden behandeld, maar als ontwerpparameter die al in het voorlopig ontwerp richting geeft, in samenhang met dak, gevel en buitenruimte.