Vorig jaar won hij de VKG Architectuurprijs, dit jaar zat Merijn de Jong van SOME architects (voorheen heren 5 architecten) in de jury. Hij heeft een heldere visie op het vak: “Het gaat om eerst mensen, dan stenen!”
“Natuurlijk was het hartstikke leuk dat we de VKG Architectuurprijs wonnen. Maar het belangrijkste was dat we ons project in Amsterdam (De Eenhoorn, red.) onder de aandacht konden brengen. De inzending, de nominatie en het winnen bleken ook volop aanleiding om contact te hebben met vakgenoten.”
Nu mocht Merijn het oordeel (mede) vellen over de kandidaten en hun projecten van dit jaar. “Ik had zes criteria waarop ik de ingezonden projecten beoordeelde. Als eerste keek ik goed naar de mate van (bijzondere) detaillering. Met andere woorden: is er sprake van verfijning in het ontwerp. Ten tweede was ik bij elke inzending op zoek naar iets echt unieks. Dus is er iets wat niemand anders heeft. Het derde criterium noem ik Social Design. Is er echt ontworpen en gebouwd voor en in liefst zelfs in samenspraak met mensen?”

“Vanzelfsprekend is duurzaamheid – dus houdbaarheid voor de toekomst – een belangrijk criterium. Ten vijfde was ik altijd op zoek naar de connectie die het ontwerp heeft met de locatie. In andere woorden: is er sprake van gewortelde architectuur?” Merijn vertelt dat op zijn zesde criterium geen van de kandidaten een voldoende scoorde. “Hierbij oordeel ik op de aanwezigheid van groen en natuur in het ontwerp. Helaas heb ik voor geen enkele inzending punten kunnen geven. Dat vond ik jammer. Dat had wat mij betreft beter gekund. Dat vraagt deze tijd, nu en in de toekomst!”
Dit roept meteen de vraag op of een architect in de rol van jurylid daadwerkelijk kritisch kan zijn op zijn vakgenoten. “Ja, alleen zó kun je zaken agenderen. Ik vind de aanwezigheid van groen en natuur essentieel. Het is een van de basisvoorwaarden. En als dat er niet in zit, dan stip ik dat aan. Juist doordat ik dit statement maak, hoop ik dat ik iets kan aanzwengelen of een verandering teweeg kan brengen. Ja, ik vind het aangaan van een relatie met het groen van groot belang voor het welslagen van een ontwerp. En dus voor het welzijn van de gebruikers.”
“Ons vak staat voor een aantal grote uitdagingen. Zo zijn er veel meer dwarsverbanden waar we als architecten rekening mee moeten houden. Alles is veel complexer en gelaagder dan in het verleden. Van sociologische aspecten tot ecologische componenten. Van een maatschappelijke tijdgeest tot aan de psychologie van de mens zelf. Die kennis hebben we nodig om goed te ontwerpen. Daarnaast blijft de grootste hobbel het proces zelf: hoe ga je als architect om met bijvoorbeeld het traject voordat je daadwerkelijk gaat bouwen? En tja… dan hebben we ook nog de opkomst van AI. Voor mij is het een relevant middel geworden. Het zal het vak echter ten goede veranderen: AI neemt ons processen uit handen waardoor je als architect juist terug kunt naar de essentie: intensief en persoonlijk contact met je gebruiker, de plek en de opdrachtgever om het ontwerp écht voor hen te maken.”