Prestaties, data en regelgeving domineren het architectuurdebat. Het is dé reden waarom architecte Farah Abdullaa pleit voor de kracht van het concept. Niet als tegenhanger van techniek, maar als fundament. “Architectuur is meer dan alleen de juiste technische waarden”, zegt ze. “Conceptvorming vanuit een analyse van locatie, klimaat, toekomstige veranderingen en wensen van de opdrachtgever vormt de relatie tussen omgeving, gebouw en gebruiker.”
Regels hebben altijd een rol gespeeld. Wat veranderd is, is de technologie. Steeds meer wordt vooraf virtueel getoetst en doorgerekend. Toch zit de essentie volgens Abdullaa niet in data, maar in beleving. “Ieder ingenieur kan een gebouw realiseren dat blijft staan en wind- en waterdicht is. Maar het is de architect die de relevante accenten vindt die onderdeel moeten zijn van de gebruikservaring.” In de manier waarop materiaal, licht en ruimte communiceren met de gebruiker, schuilt de verbeelding. “Een sterk concept is de verdediging van het ontwerp.”
De opkomst van parametrisch ontwerpen en AI roept vragen op over auteurschap en signatuur. Abdullaa ziet technologie vooral als verrijking. “Het is nu mogelijk geworden om sneller en preciezer te werken, wat uiteindelijk voor minder problemen zorgt in de uitvoering.” Ze vergelijkt AI met een multidisciplinair team: ideeën worden besproken, getoetst en aangescherpt. “Een individu kan nu beschikken over de kennis van een team.”

Toch blijft de architect verantwoordelijk voor de input en de beoordeling van het resultaat. “Het grote aantal mogelijkheden vraagt om duidelijkheid, scherpte en precisie van de ontwerper.” Technologie kan tijd vrijmaken in tekenwerk, analyses en visualisaties, waardoor ruimte ontstaat voor reflectie en ontwerpkwaliteit. Die bredere rol van de architect als regisseur sluit daarop aan. Kennis van meerdere vakgebieden is volgens haar essentieel. “Het doel is het waarborgen van het ontwerp in de vertaling van papier naar realiteit. Weten wat de essentie is, helpt bij het maken van wijzigingen in dat ‘ene juiste en unieke ontwerp’.”
Binnen bestaande structuren bouwen is eerder regel dan uitzondering. Herbestemming en transformatie stellen niet alleen technische, maar ook esthetische vragen. Waarom wordt het ene gebouw gekoesterd en het andere niet? Wat binnen de studie centraal staat, beïnvloedt in sterke mate hoe studenten leren kijken, beoordelen en waarderen.”
Ook bij duurzaamheid ziet Abdullaa een verschuiving. Niet de optelsom van prestaties moet leidend zijn, maar de integratie ervan in het ontwerp. Circulariteit vertaalt zich in demontabele detaillering en bewuste materiaalkeuze. Energiezuinigheid gaat over positionering, overstekken en binnentuinen. “Zo kunnen veel van deze ‘prestaties’ juist in het voordeel gebruikt worden voor architectonische ingrepen.” Door ze vanaf het begin mee te nemen, voorkom je dat architectuur verwordt tot een spreadsheet.
Vooruitkijkend verwacht ze dat AI tijd zal teruggeven in het proces. Maar de grootste impact ziet zij in een herdefiniëring van duurzaamheid: gebouwen die mensen willen behouden. “Het psychologische effect van binnen- en buitenruimte hoort meer onderdeel te zijn van het proces. Architectuur moet technisch kloppen, maar bovenal betekenisvol zijn”, besluit ze.
Farah Abdullaa
Junior-architecte, die momenteel nog op zoek is naar een plek met de ambitie en ontwerpvisie die zijzelf ook heeft. Farah is woonachtig in Vlijmen.