Het gaat om tactiliteit, detaillering en consistentie
In utiliteitsbouw liggen de grootste ontwerpbeslissingen, zoals constructie, schil en installaties, vaak vroeg vast. De keuze voor interieurmaterialen volgt later in het proces, terwijl die laag grote invloed heeft op gebruik en uitstraling. Caroline Brand, Accountmanager Architecten bij DecoLegno, ziet daar ruimte voor een scherpere afweging. “Interieur wordt nog regelmatig ‘even meegenomen’. Terwijl juist daar de beleving van een gebouw concreet wordt.”

Die afweging gaat volgens haar niet alleen over esthetiek, maar over detaillering, onderhoud, uitvoerbaarheid en consistentie binnen het ontwerp. Materiaalkeuze bepaalt hoe een ruimte wordt gebruikt en hoe oppervlakken zich gedragen bij intensief gebruik.
Brand heeft een bouwkundige achtergrond en werkte eerder als interieurontwerper. Ze kent beide perspectieven. “Bouwkundig architecten pakken het interieur vaak zelf op. Dat kan prima, maar het vraagt een andere focus. Het gaat niet alleen om een houtafwerking en een kleuraccent, maar om tactiliteit, detaillering en consistentie.”
In kantoren, hospitality en zorgomgevingen wordt die materialisatie dagelijks op de proef gesteld. Balies, wandafwerkingen en maatwerkmeubilair krijgen te maken met intensief gebruik, schoonmaakregimes en wisselende gebruikers. Het ontwerp moet daar goed tegen bestand zijn.

De keuze tussen natuurlijke en decoratieve materialen wordt meestal bepaald door projecteisen, minder door voorkeur. Massief hout werkt en verkleurt. Natuursteen voegt gewicht toe en vraagt constructieve aandacht. Textiel is niet altijd geschikt in omgevingen waar hygiëne en onderhoud zwaar wegen. In projecten met meerdere verdiepingen, faseringen of locaties kan natuurlijke variatie bovendien leiden tot verschillen in uitstraling. Decoratief plaatmateriaal maakt het eindbeeld voorspelbaar. Kleur, tekening en structuur blijven constant, ook bij latere nabestellingen.
Naast uitstraling spelen prestaties in gebruik een rol. In utiliteitsprojecten gelden eisen rond brandveiligheid, slijtvastheid en vochtbelasting, afhankelijk van functie en gebruiksintensiteit.
Decoratieve plaatmaterialen zijn leverbaar als decorspaanplaat en HPL en worden toegepast in maatwerkmeubilair, wandafwerkingen en vaste interieurelementen. De materialen kennen vaste specificaties op het gebied van slijtvastheid, vochtbestendigheid en brandgedrag, afhankelijk van de gekozen drager en afwerking. Dat maakt ze inzetbaar in onder meer kantoren, zorgomgevingen en onderwijsgebouwen, waar eisen rond onderhoud en veiligheid zwaar wegen. Voor de interieurbouwer betekent het een stabiel materiaal dat zich voorspelbaar laat verwerken, zonder nabehandeling zoals schuren, oliën of lakken op de bouw.

Die voorspelbaarheid betekent niet dat het ontwerppalet beperkt is. De ontwikkeling van structuren heeft het aanbod verbreed. Houtdecors zijn verfijnd en zeer realistisch, maar ook textiel- en steendecors worden ingezet in situaties waar het natuurlijke materiaal technisch minder geschikt is.
In een recent gerealiseerd advocatenkantoor is die benadering zichtbaar in maatwerk met een eikenstructuur, gecombineerd met een linnenlook afwerking. De materialen geven het interieur een warme uitstraling, terwijl ze bestand zijn tegen dagelijks gebruik en schoonmaak. Het voorbeeld laat zien dat de keuze voor decoratief plaatmateriaal niet alleen voortkomt uit technische randvoorwaarden, maar ook uit de wens om sfeer en prestatie te combineren.

Brand merkt dat bestekken in de praktijk nog vaak worden herhaald uit eerdere projecten. “Daarmee mis je soms de kans om materiaalkeuze opnieuw tegen het licht te houden, want niet elk project vraagt om dezelfde oplossing.”
“In projecten waar gewicht, onderhoud, brandveiligheid of uitvoerbaarheid zwaar wegen, kan decoratief plaatmateriaal een logische uitkomst zijn”, zegt ze. “Dan gaat het minder om materiaalvoorkeur en meer om wat binnen de randvoorwaarden van het ontwerp werkt.”